Op verzoek van de Tweede Kamer heeft de staatssecretaris van Financiën een commissie van deskundigen ingesteld die moet adviseren over maatregelen om de belastingheffing over winsten van multinationals eerlijker te maken. De commissie adviseert om structureel meer gegevens te verzamelen om het inzicht in de belastingafdracht van multinationals te vergroten. De commissie benadrukt het belang van Nederland om voorop te lopen in de internationale samenwerking op het gebied van winstbelastingen. Tot slot beveelt de commissie een “basisvariant” van eenzijdige grondslagverbredende maatregelen aan.

De commissie benadrukt het belang van stabiliteit en voorspelbaarheid van de fiscale regelgeving voor een eerlijke belastingheffing. De commissie heeft een vijftal zaken onderzocht:

  1. Het belang van de vennootschapsbelasting voor het vestigingsklimaat.
  2. De verhouding van de Nederlandse vennootschapsbelasting tot de winstbelasting in andere landen.
  3. De verandering van de vennootschapsbelastingopbrengsten in de tijd en in verhouding tot andere landen.
  4. Hoeveel vennootschapsbelasting multinationals in Nederland betalen in verhouding tot andere soorten bedrijven.
  5. Welke knelpunten in de vennootschapsbelasting kunnen bijdragen aan een onevenwichtige belastingafdracht van multinationals.

Internationale samenwerking is volgens de commissie de belangrijkste weg naar een goed functionerend internationaal belastingsysteem. In dat systeem moet belastingconcurrentie tussen landen aan banden worden gelegd.

Unilaterale beleidsopties voor Nederland

De commissie adviseert een “basisvariant” van maatregelen om de grondslag in de vennootschapsbelasting te verbreden. De commissie heeft daarbij twee doelstellingen gehanteerd.

  1. Het creëren van een ondergrens in de vennootschapsbelasting voor bedrijven met winstgevende activiteiten in Nederland.
  2. Het elimineren van verschillen (“mismatches”) met het buitenland.

De basisvariant omvat de volgende maatregelen:

  1. Beperking van de verrekening van verliezen uit voorgaande jaren tot maximaal 50% van de belastbare winst, in combinatie met een onbeperkte verliesverrekeningstermijn.
  2. Beperking van de aftrek van aandeelhouderskosten tot een maximum percentage van de belastbare winst.
  3. Beperking van de aftrek van royalty’s tot een maximum percentage van de belastbare winst.
  4. Beperking van de aftrek van rente en aandeelhouderskosten en eventueel royalty’s gezamenlijk tot een maximum percentage van de belastbare winst.
  5. Maak de bestaande CFC-regels effectiever door uitgekeerde winsten te belasten en de uitzondering voor wezenlijke economische activiteiten aan te passen.
  6. Pas het arm’s-lengthbeginsel niet toe indien dit beginsel leidt tot een verlaging van de belastbare winst in Nederland als het andere land dat bij de transactie betrokken is de correctie niet in haar grondslag betrekt.
  7. Beperk de afschrijving op vermogensbestanddelen die binnen een concern zijn overgedragen voor zover het gaat om stille reserves die bij de overdracht niet voldoende belast zijn geweest.

Naast de basisvariant heeft de commissie enkele aanvullende maatregelen voorgesteld.

  1. Aanscherpen van de earningstrippingmaatregel door de aftrekbare rente te verlagen van 30 naar 25% van de EBITDA.
  2. Beperking van de aftrek van rente die samenhangt met de aankoop van deelnemingen.
  3. Uitbreiding van de aftrekbeperking van rente naar royalty- en huurbetalingen
  4. Beperking van de aftrekbaarheid van alle betalingen binnen concern die in het ontvangende land onvoldoende belast zijn.
  5. Uitbreiding van de bestaande CFC-maatregel naar actieve inkomsten.
  6. Invoering van een niet-conditionele bronheffing op rente en royalty’s.
Bron: Ministerie van Financiën | publicatie | 16-04-2020